zaterdag 4 april 2026

Schotland 2026: Dag 12 & 13

Dag 12: Een trip naar het verre verleden én een prachtig tochtgat

Vandaag reden we naar Kilmartin, een plaats die vooral bekendstaat als het hart van Kilmartin Glen
Dit gebied heeft een van de rijkste concentraties aan prehistorische monumenten en historische vindplaatsen in Schotland
Binnen een straal van tien kilometer liggen er meer dan 800 monumenten. 
Ook het Kilmartin Museum is hier gevestigd, het ideale vertrekpunt voor een reis door het neolithicum.
We bereikten Kilmartin via een smalle weg van zo’n 25 mijl langs Loch Awe, waar slechts één auto tegelijk kan passeren. 
Onderweg moesten we opletten voor overstekende rode eekhoorns. 
Tijdens de hele rit kwamen we slechts vier andere auto’s tegen, het dubbele van wat we zouden tegen komen bij het terugkeren deze avond.
 bij het parkeren viel ons een auto op die zich wat aan het opwinden was.😁
 
 
We leerden er alles over de eerste stappen van de mens en de vele neolithische vondsten in deze streek. 
 

We zagen er de film A Place of Ceremony, die gaf ons een indruk van hoe de neolithische bewoners van Kilmartin Glen leefden en dachten, met bijzondere aandacht voor hun spirituele band met het landschap en de rituelen die daar plaatsvonden.
 

Ik leerde er ook het Ogham alfabet, althans, genoeg om mijn eigen naam te kunnen schrijven. 
Heel even overwoog ik om dit verslag verder te zetten in Ogham, maar dat bleek al snel geen goed idee: het alfabet is daarvoor te beperkt, en het leek me toch wat veel gevraagd om de miljoenen lezers van deze blog eerst Ogham te laten leren. 😚
Dit schrift werd in de 5e en 6e eeuw gebruikt voor inscripties in het Oud-Iers en soms ook in Brythonische of Pictische talen, meestal op stenen. 
Die stenen zijn vooral te vinden in Ierland, Schotland, het zuiden van Wales, Cornwall en Devon, ook zijn er heel wat inscripties aangetroffen op menhirs.
Ik verzamelde in het museum al mijn stempels en kreeg géén prijs!
 

Er was een gezellige cafetaria met enkele vegan gerechten op de kaart maar we aten er niet, het ontbijt was zoals iedere dag heel uitgebreid en we hadden geen honger, het waaide hard en de hemel trok dicht, toch gingen we naar buiten want daar lagen in de velden enkele interessante cairns.
 

Het was een dag waarop zon en hagelbuien elkaar snel afwisselden, waardoor we even in de auto moesten schuilen. De kerk zelf was niet te bezoeken, maar ernaast ligt een begraafplaats met verschillende grafstenen uit de 15e en 16e eeuw. 
 

De zeven gebeeldhouwde grafstenen op onderstaande foto tonen afbeeldingen van middeleeuwse krijgers en omvatten daarnaast twee grafstenen uit de 17e eeuw. 
Op één na zijn ze allemaal hergebruikt en voorzien van de naam Poltalloch
Dat gebeurde waarschijnlijk nadat de familie Malcolm van Poltalloch in 1827 het landgoed van de Campbells van Kilmartin had gekocht. 
De familie Malcolm heeft bovendien veel van de prehistorische monumenten in de vallei weten te behouden.
 
 
Daarnaast zijn er meer dan twintig gebeeldhouwde grafstenen te vinden uit de 10e tot 16e eeuw, veelal versierd met vroegchristelijke en middeleeuwse symbolen.
Die zijn beschermd voor de weer elementen en staan in een klein gebouw op het kerkhof. 
 
 
We reden verder naar enkele belangrijke sites. 
De eerste plek die we bezochten was Dunchraigaig Cairn
Een paar minuten nadat we waren uitgestapt, kregen we een gratis peeling, een hevige wind joeg een salvo hagelbollen recht in ons gezicht, waardoor we snel weer de auto in moesten vluchten.
 
 
Lang duurde de bui niet. Even later brak de zon weer door en konden we de Kilmartin Glen verkennen.
Net als de meeste andere cairns uit de bronstijd in de vallei is dit een grote, ronde grafheuvel van ongeveer 4.000 jaar oud.
Bij opgravingen in de 19e eeuw werden binnenin de resten van maximaal tien personen gevonden, begraven in één cist, een grafkist die direct in de grond was uitgegraven en afgedekt met een enorme steen van ongeveer 3,8 meter.
In 2021 werd bekendgemaakt dat in deze cairn het vroegst bekende dierensnijwerk van Schotland is ontdekt: twee mannelijke edelherten, vermoedelijk tussen de 4.000 en 5.000 jaar oud. 
Deze vondst is uniek en uitzonderlijk zeldzaam binnen de prehistorische diergravures van Schotland.
De gravures zijn in steen gekerfd aan de onderzijde van een grote deksteen in de grafkamer. 
In totaal zijn minstens vijf dieren afgebeeld.
Twee volwassen mannelijke edelherten, met duidelijk herkenbaar gewei.
Drie andere viervoeters, waarvan ten minste twee waarschijnlijk jonge herten zijn, afgeleid uit hun vorm en context.
De afbeeldingen vallen op door hun verrassend hoge anatomische detaillering, iets dat zeldzaam is voor rotskunst uit deze periode.
Meer hierover via deze link:
 
We stapten verder naar de sites met standing stones, hier alleen zijnde voelt het alsof je een landschap binnenstapt waar de tijd bijna stil staat.
De stenen staan er al meer dan vierduizend jaar en werden opgericht door gemeenschappen uit het late neolithicum en de vroege bronstijd.
 
 
We troffen rijen prehistorische stenen aan, zoals de Nether Largie Standing Stones, die meer dan vierduizend jaar oud zijn.
 
 
Wanneer je er tussen wandelt, kan je niet anders dan respect hebben voor de mensen die met eenvoudige middelen zulke monumentale stenen verplaatsten en zorgvuldig in het landschap plaatsten.


Waarschijnlijk hadden deze stenen een rituele of ceremoniële functie. 
Ze staan in een landschap vol grafheuvels, cairns en rotstekeningen, wat erop wijst dat deze plek belangrijk was voor rituelen rond voorouders, seizoenen of bijeenkomsten van de gemeenschap. 
Sommige onderzoekers denken dat de uitlijning van de stenen ook verband kan houden met astronomische observaties of met processieroutes door het heilige landschap.
 

De laatste site die we bezochten was Temple Wood, één van de belangrijke prehistorische plaasten in Kilmartin Glen die behoort tot de best onderzochte steencirkels in Schotland
Het complex bestaat uit twee steencirkels en een oudere houten structuur, wat laat zien dat de plek gedurende lange tijd een rituele betekenis had.
 

Archeologisch onderzoek wijst erop dat de site rond 3000 v. Chr. begon als een houten cirkel. Zo’n constructie bestond uit rechtopstaande houten palen en werd vermoedelijk gebruikt voor rituelen of bijeenkomsten. 

Later, waarschijnlijk enkele eeuwen daarna, werd deze vervangen of aangevuld door stenen cirkels, waardoor het monument een duurzamer karakter kreeg. 

Na dit bezoek reden we naar Craignish Point, de zuidelijkste punt van het schiereiland Craignish niet zo ver van Kilmartin Glen.
De weg ernaartoe is met een hek afgesloten maar de doorgang was toegestaan.
 

Daar aangekomen liep de weg recht de zee in! 
Craignish Point is een ruige kustplek waar land en zee samenkomen en waar je uitzicht hebt over de Sound of Jura met de eilanden Jura en Scarba.
Er stond een zeer hevige wind die recht uit zee kwam, het leek alsof de zee ons terug de auto in wilde blazen.
 

In 1820 verging hier de vroege stoomboot PS Comet, een van de eerste passagiersstoomschepen van Europa.
Ook in de prehistorie speelde de kust rond Craignish Point een belangrijke rol voor de vaart en het contact tussen gemeenschappen langs de westkust van Schotland. In het neolithicum en de bronstijd waren zeewegen vaak gemakkelijker te gebruiken dan dichte bossen of moerassige landroutes. 
Smalle zeestraten zoals de Sound of Jura vormden natuurlijke vaarcorridors tussen het vasteland en de eilanden.
 
 
Het eiland Jura, dat we aan de overkant zagen liggen, heeft een merkwaardige geschiedenis gezien de KLF er £1.000.000 in brand staken voor het oog van verbouwereerde journalisten én op dit eiland schreef George Orwell tussen 1946 en 1948 zijn meesterwerk 1984.
Tijdens mijn eerste reis naar Schotland in 2000 bezocht ik het eiland en het is goed mogelijk dat we er één van de komende jaren nog eens naartoe gaan voor een uitgebreider bezoek.
 

We gingen oorspronkelijk deze avond eten in de Ben Cruachan Inn aan Loch Awe, we hadden er een paar jaar geleden lekker gegeten maar indien we iets onderweg aantroffen zouden we daar misschien eten.
Iets voor Ardfern stopte ik om nog een paar foto's te maken, het strand lag er vol schelpen. 
 
 
Aangekomen in Ardfern stopten we aan hotel-restaurant-pub The Galley Of Lorne Inn.
Toen we vroegen welke gerechten vegan waren, overhandigde de ober ons het menu met een blik die duidelijk zei: zoek het zelf maar uit. 
Achteraf bekeken was dat het moment waarop we eigenlijk hadden moeten opstaan en vertrekken.
Het was zondag en vorige week hadden we op die dag ook al te maken met een ober die er weinig zin in had, het zal een dingetje zijn zeker op zondag...
Voor de rest...de mensen zijn hier overal heel vriendelijk.
 
 
Ardfern klinkt trouwens als een onaangename aandoening ergens ter hoogte van het scrotum, en de ober keek ons aan alsof hij er persoonlijk last van had.
En toch bestelden we! Tegen dan had ik weinig zin om nog verder te rijden en ik had honger.

Het werd soep met brood als starter en een bloemkoolsteak met tomatensaus, geserveerd met gewone frieten en zoete-aardappelfrieten als hoofdgerecht. 
Dat kan, mits een beetje liefde en kruiden, een heerlijk gerecht zijn. 
Helaas bleek de bloemkool simpelweg gestoomd... niet geroosterd, niet gekruid, gewoon… gestoomd. 
De tomatensaus was eveneens amper gekruid. 
Gelukkig stond er peper en zout op tafel, zodat we het geheel nog enigszins konden redden.
De frieten daarentegen waren verrassend goed, vooral de zoete-aardappelfrieten. 
Ik ben er vrij zeker van dat ze die niet zelf maken — en in dit soort gelegenheden is dat vaak net een garantie voor kwaliteit.
Men had ons vooraf gewaarschuwd dat de porties groot waren. Maar dat we een compleet soepbord vol frieten zouden krijgen, dat hadden we toch ook weer niet helemaal zien aankomen. 
Gelukkig maar, want uiteindelijk bleken die frieten het hoogtepunt van de maaltijd.
 
Goed gevuld met niet echt maaltijd die een hoogvlieger was, reden we terug naar Cladich.
Het was opnieuw een boeiende dag geweest. 
Onderweg zagen we verschillende wilde dieren: een ree, een eekhoorn, eenden… Telkens was ik net te laat om een foto te nemen.
Deze Highlanders wilden wél op de foto, het zijn dan ook geen wilde dieren.
Waar ik ook foto's van zou kunnen zijn de tientallen gestorven dieren in het verkeer...veel roadkill langs de weg, in de Cairngorms deze keer opvallend minder maar er staan daar nu meer hekkens langs de weg.
 
Wat we ook tegenkwamen was een rode telefooncel. 
Die staan nog steeds overal in het Verenigd Koninkrijk, alleen dienen ze meestal niet meer als telefooncel, maar worden ze omgevormd tot kleine bibliotheken, defibrillatorkasten of andere nuttige voorzieningen. 
In deze op de foto stond gewoon een trapladder.
Net voor het donker waren we terug in de B&B, morgen checken we hier uit.
Een groot gemak is dat we hier de auto konden opladen, en goedkoper dan aan een snellader, we betaalden £ 25 voor 85% batterijopslag, goed voor ongeveer een dikke 400 km rijden in winterse omstandigheden. 
Hier staat ook zo een rode telefooncel, deze keer als huisvesting voor een defibrillator.
 
 

Dag 13: Op weg naar Galloway met een stop in een spookhotel én een bezoek aan een 19e eeuws kerkhof. 

Vandaag stond een lange rit op het programma, de komende drie dagen overnachten we in het Galloway Forest National Park.
Maar eerst een stop aan Loch Lomond, daar bevindt zich het hotel The Drovers Inn, één van de bekendste historische pubs en hotels van Schotland.
 

Het ligt aan de West Highland Way, een populaire langeafstandswandelroute, wat het tot een geliefde stopplaats maakt voor wandelaars en toeristen
Het gebouw dateert uit 1705 en behoort daarmee tot de oudste nog werkende herbergen van het land. 
De oorsprong van de naam heeft een niet zo fraaie geschiedenis die verwijst naar de Highland drovers, mannen die vroeger grote kuddes runderen vanuit de Schotse Hooglanden naar markten in de Lowlands dreven. 
Onderweg hadden zij plaatsen nodig om te eten, te drinken en te overnachten. 
De herberg lag precies langs zo’n belangrijke route langs Loch Lomond en werd een vaste stopplaats voor reizigers en veedrijvers.
 
Door zijn lange geschiedenis heeft de herberg talloze bezoekers gezien, van gewone reizigers tot bekende figuren uit de Schotse geschiedenis. 
De volksheld Rob Roy MacGregor wordt vaak genoemd als iemand die hier zou zijn geweest.
Er is een beroemde haunted room genoemd kamer 6, die gelinkt wordt aan spookverhalen en paranormale ervaringen.
Er doen meerdere spookverhalen de ronde over mysterieuze geluiden en geesten van vroegere bezoekers.
Volgens lokale folklore zouden er verschillende rusteloze geesten rondwaren in het gebouw, waaronder verhalen over een kind dat in de rivier verdronk. 
 
Een jonge meisje was aan het spelen bij de rivier met haar geliefde pop, toen de rivier door hevige regenval gevaarlijk snel en diep was geworden.
Terwijl haar pop in het water viel, probeerde zij die erachteraan te halen, maar werd meegesleurd door de koude en sterke stroming.
Haar lichaam werd later gevonden door familie en dorpsbewoners en meegenomen naar kamer 6 van de herberg, waar haar familie rouwde voordat zij haar begaven in het nabijgelegen kerkhof.
Gasten en personeel van het hotel hebben sindsdien verschillende angstaanjagende verschijningen en symptomen gerapporteerd die aan haar geest toegeschreven worden:
Mensen die in kamer 6 verbleven, vertellen dat ze ‘s nachts een koud en nat gevoel op de rand van het bed voelde alsof iemand daar lag...maar er was niemand.
Sommigen zeggen dat ze de vorm van een klein kind met een roze jurk hebben gezien of iets onzichtbaars zagen rondbewegen.
De kamer blijft echter onverklaarbaar kouder dan de rest van het hotel, zelfs bij warme radiatoren, wat sommige bezoekers wijten aan haar aanwezigheid...
 
Paranormale onderzoeksteams die in de herberg logeerden in kamer 2 en 6,  hebben apparatuur opgezet en nachtopnames gemaakt, soms met onverklaarbare resultaten... 
De spookachtige ervaringen in het hotel zijn talrijk, zo was er een stel dat in kamer 6 verbleef en meldde dat ze ’s nachts talloze kleine, intense witte lichtjes zagen die in de lucht dansten. Er was geen duidelijke lichtbron die dit kon verklaren, en het leek niet op iets natuurlijks of een reflectie... 
Een andere vreemde ervaring overkwam een vrouw die een foto van de trap nam met haar telefoon, later zag ze een klein meisje in een roze jurk op de foto staan, terwijl er in het hele hotel geen klein meisje aanwezig was...

Naast individuele verschijningen zijn er verhalen van een hele familie die in een sneeuwstorm de weg naar de herberg niet kon vinden en later door gasten zijn gezien, soms als schimmen die bij het voeteneind van het bed stonden, met zichtbare adem in de kille lucht.
Wij vonden de pub wat van een rovershol hebben, het interieur is in drie eeuwen amper veranderd.
We wilden er een warm soepje drinken maar daarvoor waren we een half uur te vroeg, dus werd het een biertje aan de houtkachel.
Gezellig maar geen spoken gezien, wel een beer in een rokje.
Deze was gelukkig geen opgezette beer.
Naast de vele oude vergeelde foto's stonden er ook kasten vol met allerlei opgezette dieren... 
We reden verder langs Loch Lomond, wij stonden in de zon maar de regen zag je zo op ons afkomen. 
 
 
We passeerden Glasgow en daar bezochten we Necropolis, een beroemde Victoriaanse begraafplaats.
We konden parkeren op een paar meter van de ingang, een meevaller.
Maar eerst een openbaar toilet zoeken, dat vonden we in St Mungo Museum of Religious Life and Art naast de kathedraal.
 
 
We liepen er even rond want aan de andere kant troffen we The Howgait aan, we aten er een lekkere burger en een cola, die trouwens gratis is bij de lunch.
 
 
En dan waarvoor we kwamen, Necropolis!
Vanaf de heuvel heb je een panoramisch zicht op Glasgow.
 

Het indrukwekkende kerkhof wordt wel eens vergeleken met Père-Lachaise.
Het kerkhof dateert van begin 19e eeuw en baadt in een gothic sfeertje, er zaten zelfs kraaien op de graven.🐦‍⬛


De meeste graven zijn minstens 100 jaar oud. Vol is vol, je kan er enkel nog bij als je hier dichte familie hebt liggen.
Een bekend monument is het John Knox Monument, dat hoog op de heuvel staat en vaak het eerste is dat je ziet.
 

Er liggen hier op het 15 hectare grote terrein 50.000 mensen begraven en er staan 3500 monumenten.
Er liggen verschillende belangrijke Schotten begraven, zoals de dichter William Miller.
 

Dit kerkhof werd geopend in 1833 en geldt vandaag als een van de meest indrukwekkende historische begraafplaatsen van Europa. 
Het is een populaire bestemming voor bezoekers, waaronder twee gothic meisjes die er een fotoshoot deden.
En het is uiteraard een must-see voor wie interesse heeft in het Victoriaanse tijdperk.
  
 
We konden hier nog uren rondlopen maar ik wilde voor de drukte op de wegen de stad uit zijn dus reden we door naar Carsphairn in het Galloway National Park in Zuid-Schotland.
Een heuvelige streek waar er weinig toeristen komen.
Niet ver van waar wij verbleven stond deze alleenstaande woning.
 

Wij waren erg tevreden met het rijhuisje waar we de komende drie dagen zouden verblijven. Het lag in een klein dorpje zonder winkels; restaurants bevonden zich op tientallen kilometers afstand.
Dus kookten we zelf, met wat we vonden in een winkeltje bij een tankstation: een beetje avontuurlijk, volledig plantaardig, een tikkeltje lui...maar vooral lekker.
Die avond werd het pasta met een smakelijke saus, erwtjes, wortelen en knapperig gebakken tofu die vooraf was gestoofd. Een verrassend lekker gerecht.
Daarna sloten we de avond af met een goed glas wijn tijdens het Outlanderen.
 
 
Slàinte!

Jacky De Reviere, 30 maart 2026 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten