donderdag 26 maart 2026

Schotland 2026: Dag 5 & 6

Dag 5: Het schiereiland Coigach, het strand van Clachtoll én de klopgeest van Ullapool!

Vandaag was het zondag, en alweer een zonnige dag, misschien wel de laatste dag van de reis met een open blauwe lucht.
We hadden een namiddag gepland op het schiereiland Coigach en als er nog tijd was het strand van Clachtoll waar er bij Stoer een broch staat.
Maar eerst gingen we brunchen bij de buren in het Cult Café, een Nieuw-Zeeland geïnspireerd café (veel cafés daar hebben vergelijkbare brunch gerechten).
Het is een populaire ontbijtplek voor wie de ferry neemt naar Stornoway en reizigers die de North Coast 500-route volgen komen hier lunchen. 
 
En populair is het, het zat immers vol, gelukkig kwam er net een tafel vrij.
We aten er heel lekker met als afsluiter een slice van die chocolade-sinaas taart die me vanuit de toog smeekte om opgegeten te worden.
We zouden hier wel willen terug komen maar we hebben in Ullapool meerdere opties om te ontbijten dus gaan we iedere ochtend ergens anders ontbijten.  
 
Coigach
is een schiereiland ten noorden van Ullapool
, in Wester Ross in de Noordwestelijke Hooglanden van Schotland. Dit gebied heeft een van de laagste bevolkingsdichtheden in Europa, met slechts 1,6 mensen per km2.
Game of Thrones fans denken nu wellicht aan Westeros, en inderdaad, George R. R. Martin liet zich inspireren op Wester Ross, in werkelijkheid gaat de naam van het gebied terug tot de 10e eeuw toen het een provincie was.
Tegenwoordig vormt toerisme een groot deel van de economische activiteit van het gebied, goed voor 35% van alle werkgelegenheid.
 
Toen ik de eerste keer naar Schotland reisde in 2000 kwam je hier bijna niemand tegen, de laatste tien jaar is het toerisme toegenomen maar echt druk is het nooit.
Het bedenken van de 500 mijl lange North Coast 500, zowat de mooiste roadtrip routes in Schotland, zorgde voor een boost voor het toerisme, het is het Schotse antwoord op de Amerikaanse Route 66.
Ik rij er graag, een ansichtkaart waar je niet op uitgekeken raakt en bij iedere weersomstandigheid ziet het er anders uit.
Een echte eyecatcher is de Stac Pollaidh die reeds van ver alle aandacht opeist.
 
 
We reden bijna het gehele schiereiland Coigach rond. Onderweg kwamen we nauwelijks iemand tegen. De dorpjes bestaan soms uit niet meer dan een paar huizen, en toch is er een klein schooltje gevestigd.
Vandaag stond vooral een autorit op het programma, na het vele stappen van gisteren.
Natuurlijk stopten we af en toe om een foto te nemen of omdat er schapen op de weg liepen.
Langzaam maakte de zon plaats voor wolken, en af en toe viel er al een druppel, een voorbode van nog meer nattigheid.
 
 
We reden verder naar Clachtoll, er is een single road baantje waar geen vrachtwagens en caravans mogen rijden wegens te smal en te veel haarspeldbochten, het weggetje slingert zich door een ruig en bijna verlaten landschap en kronkelt langs kale heuvels, veenvelden en kleine lochs.
Achter elke bocht duikt weer een ander uitzicht op: grillige rotsformaties, de grijze bergen van Assynt in de verte en af en toe een glimp van de Atlantische Oceaan.
 

Het weer bleef wisselvallig, zon en wolken wisselden elkaar af en zorgden voor een prachtig schouwspel.
Onderweg liggen hier en daar kleine boerderijen en gehuchten, vaak niet meer dan een paar huizen die verspreid in het landschap staan.
De stilte is er opvallend: alleen de wind en het geroep van zeevogels doorbreken de rust.
 
 
We kwamen aan bij Clachtoll Beacheen verrassend helder en bijna tropisch ogend verlaten strand waar we helemaal alleen waren, vreemd dat niemand op een zondag hier naartoe kwam, wellicht doordat het zo ver afgelegen is.
Er ligt een opvallende gespleten rots die meteen de aandacht trekt wanneer je over het strand wandelt. Het gaat om een grote, donkere rotsblok dat letterlijk in twee delen lijkt opengebroken, alsof het ooit met een enorme kracht is gespleten.
Het contrast met het omringende landschap is opvallend: waar de omgeving vooral bestaat uit rotsen, heide en grillige bergen, ligt hier een brede baai met wit zand.
 
 
Aan dit strand staat een broch uit de ijzertijd maar die zagen we niet meteen staan, het zorgde er wel voor dat we de hele omgeving wel héél goed hebben onderzocht...
 
 

Het strand is vrij open en wordt omgeven door lage rotsen en grasheuvels.
Op rotsen zo’n twintig meter boven de zee vonden we schelpen en zelfs het pantser van een zee-egel. Het toont hoe krachtig de zee hier soms tekeergaat.
 
 
Clachtoll Broch ligt op een rotshoogte aan de zuidzijde van de Bay of Stoer.
Het was al laat, maar we wilden de broch toch nog bezoeken. 
Vanaf Stoer Beach was de wandeling het kortst, dus reden we daarheen.
Nog maar net aangekomen begon het stevig te regenen, en even later ging dat zelfs over in een fikse hagelbui. Maar omdat we er nu toch waren, liepen we snel naar de broch.
In november 2006 is het Clachtoll Broch Project opgestart door onder andere Assynt Crofters Trust en Historic Assynt. Dit project is gestart met een haalbaarheidsstudie waarin onder andere wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn om Clachtoll Broch te conserveren en archeologisch te onderzoeken.
 

De muren van de broch 
bestaan uit rode zandsteen en staan tot twee meter overeind, al is een deel door de zee weggeslagen.
De toren is nog vrij goed bewaard, maar niet zo goed als Dùn Chàrlabhaigh, die we in 2016 bezochten op het eiland Lewis. Dat is één van de best bewaarde brochs die nog redelijk intact overeind staat.
 

Langs de Atlantische kust van Schotland liggen de resten van meer dan vijfhonderd brochs, versterkte stenen torens uit de ijzertijd. 
Ze werden ongeveer tweeduizend jaar geleden gebouwd en vormden ooit indrukwekkende bouwwerken in dit ruige kustlandschap
 
   
Bij het terugkeren werden we getrakteerd op een dramatische zonsondergang.
De zee leek vuur te vatten.

 
Terug naar Ullapool reden we niet via het smalle weggetje, maar langs de North Coast 500. We wilden graag vóór het donker terug zijn, want het was me gelukt mijn bril te breken, en in het donker rijden wordt dan toch lastig.
Om te eten kozen we voor The Caley Inn, maar dat bleek geen echte voltreffer. 
De soep was erg lekker, maar de champignonrisotto kon een volledig bord niet echt boeien. De jackfruitburger was wel goed, maar ook niet meer dan dat, en de frieten waren eerder aan de harde kant.
Eén van de obers was vriendelijk maar de andere liep erbij alsof hij liever had dat iedereen snel naar huis ging...wat we deden, geen dessert deze keer.
 
Morgen zouden we het rustig aan doen en in Ullapool blijven. Het weer daarentegen was allesbehalve rustig.
Ik bleef nog even wakker en schreef verder aan deze blog.
Geluiden, vermoedelijk afkomstig van op zolder, maakten het me moeilijk om me te concentreren. Zoals in zoveel oude huizen in deze regio huist er hier waarschijnlijk een klopgeest, die ons uiteraard als indringers beschouwt.
In de badkamer zat een luik naar de zolder. En warempel: het was verschoven en stond op een kier. Van daaruit werden we vast bespied!
In diezelfde badkamer loopt het water bovendien tegen de klok in weg… 
En dan dat boek van The KLF… Steeds meer wijst erop dat hier krachten aan het werk zijn die niet van deze wereld zijn.
We huren dit huisje van een oud vrouwtje dat “in de buurt woont”. Misschien is zij een entiteit die zich af en toe fysiek manifesteert. Ze ontvangt enkel contant geld, en bij het overhandigen zei ze dat ze niet eens wist hoeveel het bedrag was. Haar man, die we niet gezien hebben, regelt blijkbaar dat soort aardse zaken…
Misschien verbeeldde ik me het allemaal en was het gewoon de wind die de hele nacht tegen het kuststadje beukte. Maar toch: het zou vreemd zijn als hier géén klopgeest woonde.
Een lokale dorpslegende gaat over een man die in de jaren 1960 een oud crofthuisje huurde en stappen op zolder hoorde, ook hij huurde aan een oud vrouwtje, toen hij dit vertelde in een pub kreeg hij te horen dat die vrouw al tientallen jaren gestorven is...
Haar man was visser en kwam vaak weken niet thuis.
Men zei dat ze ’s nachts altijd op zolder liep om uit te kijken of zijn boot terugkwam...Sindsdien, zo gaat het verhaal, horen sommige huurders van oude huizen rond Ullapool af en toe voetstappen op zolder wanneer de wind van de zee komt.

Dag 6: Een rustige dag in Ullapool

Het was een stormachtige nacht geweest met striemende regenbuien maar tegen de ochtend was het droog, we begonnen de dag met een typisch warm Brits ontbijt maar dan uiteraard in een vegan versie.Daarvoor gingen we naar Ceilidh Place, een leuke zaak gelegen niet zo ver van ons spookhuisje, Ullapool is niet zo groot en alles is in de buurt.
Het pand lijkt op een gewoon rijhuis, maar achter de gevel huist een wel heel multifunctionele zaak.
Naast een restaurant en hotel is Ceilidh Place ook een pub, boekenwinkel, trouw- en concertzaal en kunstgalerij.
 
Twee jaar geleden gingen we hier ook al eens ontbijten, echt een leuke plek, zowat het culturele hart van de stad. 
We gingen een wandeling maken boven en in de stad en wat boodschappen doen in Tesco (wat chips vooral om mee naar België te nemen), er staat daar ook een snellader op de parking, heel handig!
De wandeling begon in de buurt van de bekende potterie Highland Stoneware.
Iets verder begonnen we aan de klim naar de top van de Meall Mòr, één van de heuvels rond Ullapool.
 
Na een 100 meter klimmen krijg je een mooi zicht over de hele stad, met banken om even te verpozen. 
 

Het duurde niet zo lang tot we de top bereikten, waar we een goed zicht hadden op Loch Broom.
 
 
Op de top troffen we een typisch heidegebied aan.
Tijdens het afdalen stapten we door een sparrenbos met een communicatietoren, goed internet!
De laatste kilometer verliep via een asfaltweg en was een beetje saai, net als dit deel van het verslag.😀
 
 
Aangekomen in Ullapool lag de ferry klaar om naar Lewis te varen, die komt iedere ochtend aanvaren uit Stornoway.
De stad lag er verlaten bij, amper bedrijvigheid en toeristen op deze grijze maandagochtend. 
 
 
We hielden het de rest van de dag rustig, wat plannen voor de komende dagen, foto's selecteren, schrijven aan dit verslag met een biertje.
's Avonds gingen we dineren bij Ceilidh Place waar we ook de dag zijn begonnen.
Het zat zo goed als vol maar konden het laatste tafeltje bemachtigen.
Ik ging van start met de Cherry Almond Sour, een verrassende cocktail op basis van whisky, voor voorgerecht namen we een gerecht met bloemkool, verbluffend lekker! Hiervan lusten we gerust een tweede portie...gevolgd door de 'Ceilidh Place Bowl' en als afsluiter een heerlijk dessert, een variatie op het bekende Sticky Toffee Pudding gerecht.
 

Morgen zag het weer er goed uit maar toch gingen we in een grot kruipen.
 
 Slàinte!

Jacky De Reviere, 23 maart 2026 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten